Een labyrint dat zijn grenzen niet meer kent... De Kaukasus is een ruig gebied, een lappendeken met talrijke verschillende volkeren, waar een strijd gaande is om grond en macht. Jarenlange verwaarlozing door 'Moskou' eist haar tol. De aanslagen op de Moskouse metro van gisteren zijn nog niet opgeëist maar het Kremlin geeft moslimrebellen op de Kaukasus de schuld. Verschenen 30 maart 2010.
Zo noemen de Arabieren de Kaukasus. De Kaukasus, dat is een ruig gebergte met toppen van meer dan vijfduizend meter, bevolkt door een lappendeken van volkeren. Een labyrint. Ze spreken talen uit volledig verschillende taalgroepen. Sommigen zijn sunnieten, anderen sji'ieten, weer anderen christenen. Sommige volken, zoals de Armeniërs en de Georgiërs, hebben een duizenden jaren oude cultuur en eigen alfabetten waarin ze hele bibliotheken volschreven voordat wij in West-Europa voor het eerst aan schrijven toekwamen. Andere zijn luttele volken zonder geschiedenis, bergvolken, stammen en clans van herders en kleine boeren die de dalen bevolken en vaak die dalen nauwelijks uitkomen: vreemden voor hun buren.
De etnische diversiteit van de noordelijke Kaukasus wordt vaak aangevoerd als bron van de onrust die het gebied al sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaagt. Kunnen de volkeren – zonder uitzondering trots, vrijheidslievend, onafhankelijkheidsgezind – het immers niet heel slecht met elkaar vinden? In Dagestan bijvoorbeeld kunnen de Laks (5 procent van de bevolking) slecht overweg met de Tsjetsjenen (3 procent) en de Koemyken (12 procent). De Avaren (26 procent) kunnen het er slecht vinden met de Russen (8 procent) en de Lezgienen (11 procent) staan op voet van oorlog met de Azeri.
En toch is die etnische component grotendeels een mythe; uiteindelijk speelt de etnische factor veelal een ondergeschikte rol. Dat geldt ook voor de religie. Ook die is als bron van conflicten veelal een verzinsel, dat door de Russen gretig wordt opgeblazen om ingrijpen te rechtvaardigen en de eigen schuld te verdoezelen. Er bestaat tussen de Kaukasische volkeren onderling juist een grote traditionele verdraagzaamheid waar het de godsdienst van het buurvolk betreft.
Soms zijn volkeren religieus verdeeld, zoals de van oorsprong Iraanse Osseten, van wie een deel christelijk-orthodox en een ander deel moslim is. Zelfs in het vermeend fundamentalistische Tsjetsjenië wordt de religieuze component (door de Russen) sterk overdreven. De strijd van de Tsjetsjenen is een vrijheidsstrijd, een politieke strijd om onafhankelijkheid en ontvoogding, en géén religieuze strijd.
Het geldt ook voor de andere Kaukasische volkeren. Afgezien van wat scherpslijpers zijn er geen fundamentalisten. De Tsjetsjeense extremisten die in 1999 in Dagestan een opstand trachtten te forceren, kregen onder de volkeren van Dagestan geen enkele steun: van fundamentalisme moet men in Dagestan niets hebben. De Ingoesjetische president Roeslan Aoesjev voerde dat jaar de veelwijverij in – niet omdat hij een fundamentalist is, maar wegens de rampzalige demografische ontwikkeling in zijn land.
In de noordelijke Kaukasus rommelt het inderdaad. Maar vaker dan om religie of etniciteit gaat het daarbij om grondgebied of om machtsposities. Om te grote centralisatie of corruptie of gebrek aan democratie. Om oneerlijk getrokken grenzen, om de oneerlijke verdeling van vroeger collectief bezit. Om de consequenties van het 'verdeel en heers' waarmee Moskou dit gebied steeds onder controle heeft willen houden in de vorm van willekeurige grenzen die volkeren over verschillende republieken verdelen.
De lokale antiterreuroperaties van de afgelopen jaren tegen verdachten van rebellie zijn alleen maar contraproductief geweest, aangezien de meeste slachtoffers bij nader inzien onschuldige burgers bleken. Tsjetsjenië is daar het meest extreme voorbeeld van. De knokploegen van de Tsjetsjeense president Kadyrov arresteren en ontvoeren iedereen die ook maar de geringste verdenking van banden met rebellen op zich heeft geladen. Ze worden vermoord of gemarteld, hun familie gearresteerd, hun huis in de brand gestoken, hun vrouwen verkracht. Het zijn draconische maatregelen die de haat tegen het regime alleen maar vergroten.
In Kabardino-Balkarië, Karatsjajevo-Tsjerkessië en Zuid-Dagestan is het willekeurige en disproportionele overheidsgeweld tegen gewone burgers en vrome, niet-militante jonge moslims de belangrijkste factor voor de opkomst van nieuwe militante groeperingen.
Een andere bepalende factor die tot een drastische groei van het geweld op de Noord-Kaukasus heeft geleid, is de economische crisis. Moskou heeft zich nooit om de ontwikkeling van het gebied bekommerd. Het geld dat er heen ging, verdween in de zakken van de lokale bestuurders. Moskou bestuurde van ver, het investeerde niet, het liet de regio aan zijn lot over zoals het dat al een eeuw deed.
,,Mensen die criminaliteit moeten bestrijden zijn zelf verbonden met het criminele milieu." Roeslan Aoesjev, ex-president van Ingoesjetië.
Daar komt bij dat de val van de Sovjet-Unie tevens de val van de nationale hiërarchieën heeft betekend. Dat betekende troebel water waarin het goed vissen was voor dubieuze nieuwe leiders. Oude communistische leiders verdwenen. De oude structuren waarmee de Sovjet-overheid de regio bestuurde – in een systeem dat cliëntelisme kan worden genoemd – stortten in. Er ontstond een machts- en ordevacuüm dat door nieuwe leiders, nieuwe clans, werd gevuld. En door criminelen. De Russische oorlog tegen Tsjetsjenië van 1994 tot 1996 werd ingeluid door een langdurige machtsstrijd tussen de Tsjetsjenen onderling. ,,De tragedie van Dagestan en de noordelijke Kaukasus in het algemeen is dat criminaliteit zich verbindt met de macht'', zo klaagde eind vorige eeuw de toenmalige Ingoesjetische president Aoesjev. ,,Mensen die criminaliteit moeten bestrijden zijn zelf verbonden met het criminele milieu. Criminelen kopen openbare aanklagers, rechtbanken, iedereen.''
Politieke, economische en sociale factoren maken de Kaukasus tot een kruitvat, eerder dan de etnische of religieuze component. Het geldt ook voor de zuidelijke Kaukasus, waar het shi'itische Iran veel betere relaties onderhoudt met het christelijke Armenië dan met het in meerderheid shi'itische Azerbajdzjan en waar het christelijke Georgië van zijn kant betere betrekkingen heeft met het islamitische Azerbajdzjan dan met de eveneens christelijke zuiderbuur Armenië. Maar dat zijn argumenten die, waar ze de noordelijke Kaukasus betreffen, in Moskou graag onder het tapijt worden geschoven: het is makkelijker enge fundamentalisten de schuld van de onrust te geven dan eigen tekortkomingen te erkennen.
Postbus 110, 6800 AC Arnhem
Tel. alg. 088-0010777
Tel. reizen: 020-638 0419
Emailadressen >
Empirique draagt structureel een steentje bij aan het overbruggen van de kloof tussen Oost en West door van elke boeking een vast bedrag af te staan aan liefdadigheidsinstellingen in Rusland. Lees meer >